Weerwoorden

Uitgebreide lijst van weerwoorden met dank aan het KMI en J. Baartse.

08:35 16:58

F

Front1

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen warmtefronten, koufronten en occlusiefronten. Een front is de scheiding tussen twee luchtmassa's.

Twee luchtmassa’s die naar elkaar toe bewegen, zullen zich niet vermengen omwille van hun verschil in dichtheid (soortelijke massa), die hoofdzakelijk bepaald wordt door het verschil in temperatuur. De warme lucht, met haar kleinere dichtheid, wordt gedwongen over de koude lucht te stromen. De frontale scheiding aan het aardoppervlak zet zich dus voort in de hogere luchtlagen als een frontvlak. Door die stijging koelt de lucht af en is er wolkenvorming en daarna mogelijk ook neerslagvorming.

De scheiding tussen polaire en tropische lucht wordt het polair front genoemd. Langs dit polair front ontstaan er vaak frontale depressies.

Frontale depressie1

Typisch voor de depressies in onze gematigde streken is dat ze meestal fronten hebben. Men spreekt daarom van frontale depressies. De figuur toont hoe een klassieke depressie ontstaat en evolueert.

Fronten vormen de scheiding tussen luchtmassa's. Zo kan er bijvoorbeeld op de Atlantische Oceaan lucht samenstromen van tropische oorsprong uit het zuiden en van polaire origine uit het noorden. Deze luchtsoorten gaan niet met elkaar mengen zodat er een scheidingslijn of front ontstaat (ook wel polair front genoemd). Dit front is min of meer stationair (figuur a).

Door ingewikkelde processen kan er op dat front een lagedrukgebiedje ontstaan (figuur b). Sommige van die lagedrukgebiedjes blijven bescheiden maar andere kunnen dan weer flink gaan uitdiepen met een duidelijke lagedrukkern als gevolg. Wanneer de kern uitdiept zal er aan de westflank van de kern koude lucht naar het zuiden stromen (de stroming rond een lagedrukgebied is tegenwijzersin) en aan de oostflank warmere zuidelijke lucht. Er ontstaat dus een duidelijk koufront en warmtefront (figuur c). Omdat het koufront sneller beweegt wordt het warmtefront "ingehaald" en ontstaat er een occlusiefront (figuur d).