Weerwoorden

Uitgebreide lijst van weerwoorden met dank aan het KMI en J. Baartse.

08:35 16:58

K

Stratus, met daarin Kelvin-Helmholtz golven. (foto: B. Martner - NOAA)
Stratus, met daarin Kelvin-Helmholtz golven. (foto: B. Martner - NOAA)

Kelvin-Helmholtz golfwolken2

Deze (zeer zeldzame) wolken ontstaan als twee luchtlagen van verschillende dichtheid met verschillende snelheden over elkaar stromen. Als een warme luchtlaag, met lagere dichtheid, over een koude luchtlaag, met grotere dichtheid, stroomt, en het verschil in snelheid is groot genoeg, ontstaan deze golfvormige wolken op het grensvlak. Komt voor in Stratus.

Klimaat1

Het klimaat is de gemiddelde toestand van het weer berekend over een langere periode voor een bepaalde regio van een zekere grootte.

Hierbij zijn zeker drie begrippen belangrijk:

  • de geografische plaats
  • de gebruikte meetgegevens (onder andere de duur)
  • de geselecteerde weerkundige elementen
Deze laatste zijn de elementen die gebruikt worden om het karakter van een klimaat te bepalen.

Korrelhagel (foto: onbekend)
Korrelhagel (foto: onbekend)

Korrelhagel1

Korrelhagel is een neerslagvorm die ook wel zachte hagel genoemd wordt. Korrelhagel ontwikkelt zich in buien, dus in wolken met belangrijke verticale bewegingen. Het bestaat uit een kern van korrelsneeuw waarrond een laagje ijs is afgezet. Dit ijslaagje ontstaat wanneer korrelsneeuw botst met onderkoelde druppeltjes in buienwolken of wanneer de randen van de korrelsneeuw smelten en later opnieuw bevriezen.

De diameter van korrelhagel is kleiner dan 5 mm, bij grotere korrels spreken we van hagel. Als korrelhagel op de grond valt, springt hij vaak terug wat omhoog. Het verschil tussen ijsregen en korrelhagel is niet altijd duidelijk.

Korrelhagel is een winterverschijnsel dat door zijn zachte kern van korrelsneeuw maar weinig schade aanricht. Dit is uiteraard niet het geval bij harde of echte hagel die in de zomer valt.

Korrelsneeuw (foto: onbekend)
Korrelsneeuw (foto: onbekend)

Korrelsneeuw1

Korrelsneeuw is een neerslagvorm die bestaat uit witte, ondoorzichtige ijsdeeltjes van 2 tot 5 mm diameter. Het lijkt sterkt op korrelhagel.

Korrelsneeuw valt uit buien met temperaturen rond het vriespunt nabij het aardoppervlak. Het ontstaat wanneer ijskristalletjes in de buienwolken botsen op onderkoelde druppeltjes. Dan worden er luchtige ijskorreltjes gevormd die opspringen als ze de grond raken. Wanneer korrelsneeuw in de onderste luchtlagen wat afsmelt, wordt er een ijslaagje gevormd rond de kern. Dan spreken we eerder van korrelhagel.

Koudegolf1

Intense afkoeling van de lucht of toevoer van erg koude lucht over een uitgestrekt grondgebied. Meestal duurt dit verschijnsel enkele dagen tot verschillende weken.

Fronten
Fronten

Koufront1

Net zoals een warmtefront, is een koufront vaak verbonden aan een frontale depressie. Bij de doortocht van een koufront op een bepaalde locatie neemt koudere lucht de plaats in van warmere lucht. Dit gaat gepaard met veel wolken, neerslag (regen, sneeuw, buien, mogelijk ook onweer) en een verandering in windrichting en -kracht.

Op een weerkaart wordt een koufront voorgesteld door een blauwe curve met blauwe driehoekjes die wijzen in de bewegingsrichting van het front. Naastliggende figuur toont een situatie aan de grond met een lagedrukkern van 992 hPa. De wind draait tegen de wijzers van de klok in rond een lagedrukkern en maakt een duidelijke sprong aan de fronten. In het geval van het koufront draait de wind in dit voorbeeld van zuidwest naar noordwest.