Weerwoorden

Uitgebreide lijst van weerwoorden met dank aan het KMI en J. Baartse.

08:35 16:58

L

Lichtende nachtwolken (foto: C. Donkersloot, Dirksland)
Lichtende nachtwolken (foto: C. Donkersloot, Dirksland)

Lichtende nachtwolken2

In juni en juli kan men rond en na middernacht in noordelijke richting heldere cirrusachtige wolken zien. Deze lichtende nachtwolken hebben vaak een zilverachtige glans en een ribbel- of vezelstructuur.

Ze zijn vrij zeldzaam en komen onregelmatig voor: soms zijn ze echter in één maand meerdere malen te zien, maar menig zomer gaat voorbij zonder dat deze wolken worden opgemerkt. Lichtende nachtwolken komen voor op ongeveer 80 km hoogte, veel hoger dan gewone wolken, die hooguit zo'n 20 km hoog reiken. Na zonsondergang weerkaatsen de nachtwolken nog een tijd zonlicht. De gewone wolken, die we meestal zien, steken daar donker bij af en kleuren na zonsondergang in rood en vervolgens donkergrijs. De lichtende nachtwolken blijven dan zilverwit, geel-oranje of lichtblauw. De helderste sterren blijven door deze dunne wolken heen zichtbaar. Het ontstaan van de nachtwolken houdt verband met uiterst kleine stofdeeltjes in de bovenste lagen van de atmosfeer. Ook is waterdamp nodig en en zeer lage temperaturen: tussen -90 °C en -145°C. Op de stofdeeltjes zet zich een laagje ijs af, net als rijp op het aardoppervlak. Door het ijs dat de deeltjes omhult wordt het zonlicht weerspiegeld, wat de wolken zichtbaar maakt.

Lichtende nachtwolken veranderen relatief snel van vorm. Op de hoogte waar de wolken zich ophouden komen zeer sterke luchtstromingen voor. In horizontale richting stroomt de lucht met snelheden van gemiddeld 150 km/uur met uitschieters tot 500 of zelfs 700 km/uur. Daarmee samenhangend doen zich ook sterk dalende en stijgende luchtstromingen voor, waardoor de wolken een bijzonder turbulent aanzien krijgen. De karakteristieke golven en ribbels verdwijnen weer even snel als ze worden gevormd. Dat is vooral met een verrekijker goed te zien. Lichtende nachtwolken zijn niet voorspelbaar, maar het loont zeker de moeite om in juni of juli op een heldere zomeravond tussen 0 en 3 uur 's nachts even naar de noordelijke hemel te kijken!

Luchtmassa's
Luchtmassa's

Luchtmassa1

Uit waarnemingen blijkt dat de temperatuur tussen de evenaar en de polen niet continu afneemt, maar eerder sprongsgewijs. Er zijn grote gebieden met min of meer uniforme eigenschappen, vooral in temperatuur en vochtigheid. Die zones noemen we luchtmassa’s of luchtsoorten. Zij worden van elkaar gescheiden door vrij abrupte overgangsgebieden: fronten.

Een luchtsoort vormt zich boven een bepaald brongebied wanneer de lucht meerdere dagen of zelfs weken weinig in dat gebied beweegt. Onze wisselvallige streken zijn uiteraard geen geschikte brongebieden. Ideale streken zijn de grote anticyclonen zoals het Azorenhoog. Wanneer de luchtmassa haar brongebied verlaat door een positieverandering van lage- en hogedrukgebieden, zal ze allerlei transformaties ondergaan. We moeten dus een duidelijk onderscheid maken tussen de luchtsoort in haar brongebied en een getransformeerde luchtsoort die onze streken bereikt. Zo zal een luchtmassa afkomstig van het hogedrukgebied van de Azoren in de winter al minder warm zijn bij haar aankomst in West-Europa.

Op thermisch vlak maken we een verschil tussen tropische, polaire en arctische lucht. Wat het vochtgehalte betreft, spreken we over maritieme en continentale lucht. De luchtmassa's die onze streken kunnen bereiken zijn:

  • Continentaal tropisch: lucht afkomstig van Noord-Afrika of de Sahara, in de zomer ook vanuit Zuidoost-Europa (in de winter is dit een continentaal polaire luchtsoort).
  • Continentaal polair: koude oostelijke lucht afkomstig van Oost-Europa of Rusland (enkel in de winter, in de zomer is dit eerder continentaal tropische lucht).
  • Maritiem tropisch: afkomstig van de Azoren.
  • Maritiem polair: afkomstig van de noordelijke Atlantische Oceaan of mogelijk ook van Canada en Groenland (oorspronkelijk als continentaal polaire lucht, maar sterk getransformeerd bij de oversteek van de Atlantische Oceaan).
  • Maritiem arctisch: afkomstig van de arctische ijskappen. Wordt bij zijn zuidelijke verplaatsing in de onderste lagen opgewarmd door de zeeën.
  • Continentaal arctisch: bereikt ons land via Scandinavië of Noordoost-Europa in de winter, afkomstig van de arctische ijskappen of Siberië.