Weerwoorden

Uitgebreide lijst van weerwoorden met dank aan het KMI en J. Baartse.

08:35 16:58

M

Cumulonimbus mammatus (foto: onbekend)
Cumulonimbus mammatus (foto: onbekend)

Mammatus2 (letterlijk: borst)

Bijkomende vorm van de geslachten Cirrus, Cirrocumulus, Altocumulus, Altostratus, Stratocumulus en Cumulonimbus. Mammatus zijn gladde, min of meer bolvormige uitstulpingen onder het aambeeld van een bui. Mammatus kan voorkomen wanneer ijskristallen uit het aambeeld vallen, in de heldere lucht eronder verdampen, en zo de luchttemperatuur doen zakken. De koude lucht wordt dan zwaarder dan de omgeving, en er ontstaat een uitzakking aan het aambeeld. Mammatus kan een zeer fraai gezicht zijn, wanneer de bui rond zonsondergang nog door de zon beschenen wordt: de mammatus kan dan vuurrood en vol met schaduwval te zien zijn.

Cumulus mediocris (foto: J. Baartse)
Cumulus mediocris (foto: J. Baartse)

Mediocris2 (letterlijk: middelmatig)

Een vorm van het wolkengeslacht Cumulus. Na de Cumulus humilis de tweede stap in de vertikale ontwikkeling van de Cumulus. Een wolk met middelmatig vertikale ontwikkeling.

Meteorologie1

Meteorologie of weerkunde is de studie van het weer; de condities van de atmosfeer die in ons dagelijks leven een belangrijke rol spelen. Zij houdt zich vooral bezig met het actuele weer, het historische weer en de weersverwachtingen, zowel algemene als meer specifieke voor bijvoorbeeld landbouw, luchtvaart en watersport. De nauw verwante klimatologie bestudeert het klimaat.

Mist (foto: M. Gosselink)
Mist (foto: M. Gosselink)

Mist1

Mist is in feite een wolk die contact maakt met de grond. We gebruiken deze term indien het horizontale zicht door waterdruppeltjes tot minder dan 1.000 m is teruggelopen. Van dichte mistbanken is pas sprake vanaf 200 of 300 m horizontaal zicht. Bij zeer dichte mist is het zicht beperkt tot 50 m of minder. De relatieve vochtigheid in mist bedraagt 100%.

Mist kan zich vormen door verschillende processen, maar veruit de belangrijkste oorzaak is afkoeling. Wanneer lucht nabij het aardoppervlak afkoelt, zal ze op een gegeven ogenblik verzadigd worden met waterdamp. Hierdoor gaat het waterdampoverschot condenseren en worden kleine waterdruppeltjes gevormd die het zicht gaan belemmeren.

De ideale omstandigheden voor mistvorming zijn:

  • Een vrijwel heldere hemel
  • Weinig wind
  • Vochtige lucht
  • Een hogedrukgebied

Motregen (foto: Lernestorod)
Motregen (foto: Lernestorod)

Motregen1

Motregen is een neerslagvorm die bestaat uit fijne druppeltjes met een diameter van minder dan 0,5 mm. Grotere druppels worden beschouwd als regendruppels. De zichtbaarheid kan bij motregen teruglopen, zodat het nevelig of zelfs mistig kan worden. Motregen is niet altijd herkenbaar op een weerradar.

Motregendruppeltjes vallen meestal uit wolken die we stratus noemen. Stratuswolken zijn verticaal weinig ontwikkeld, zodat de druppeltjes bij hun val onvoldoende kunnen aangroeien. Bovendien bevatten deze lage wolken weinig of geen ijskristallen waardoor er geen grote neerslagelementen kunnen gevormd worden. Dit in tegenstelling tot de typische regenwolk nimbostratus die veel dikker is en ook bestaat uit een mengeling van druppels en ijskristallen.

Wanneer de temperaturen in de stratuswolken negatief zijn, zijn de druppels onderkoeld. In dat geval kan motregen aanvriezen op een bevroren ondergrond.

In een zogenaamde warme sector motregent het vaker. Vooral dan in de koude maanden als relatief zachte oceaanlucht vanuit het zuidwesten over het koudere continent stroomt.

Motsneeuw1

Motsneeuw is een neerslagvorm die de vaste tegenhanger is van motregen. Het bestaat uit zeer kleine, witte en ondoorzichtige ijsdeeltjes. De diameter is meestal kleiner dan 1 mm. Net zoals bij motregen, valt motsneeuw hoofdzakelijk uit stratuswolken. In het geval van motsneeuw zijn de temperaturen in de wolken tot ver beneden het vriespunt gedaald.