Weerwoorden

Uitgebreide lijst van weerwoorden met dank aan het KMI en J. Baartse.

08:35 16:58

N

Neerslag1

Uit wolken kunnen verschillende neerslagvormen vallen en de grond bereiken als: regen, motregen, aanvriezende (mot)regen, ijsregen, (natte) sneeuw, motsneeuw, korrelsneeuw, korrelhagel en hagel. Hoog in de wolken begint de neerslag in onze streken meestal te vallen als sneeuw. Het hangt van de verticale temperatuursverdeling in de atmosfeer af onder welke vorm de neerslag het aardoppervlak bereikt. Als bijvoorbeeld de temperatuur overal negatief in de hoogte blijft, valt er sneeuw.

Wanneer wolken gevormd worden na condensatie of verrijping bestaan ze uit (onderkoelde) waterdruppeltjes, ijskristalletjes of een combinatie ervan (zie wolkenvorming). Deze zwevende wolkenelementen vormen echter pas neerslag als de deeltjes voldoende zwaar geworden zijn en dus het aardoppervlak kunnen bereiken. Hiervoor moeten de wolkendeeltjes flink aangroeien (1 regendruppel bevat ongeveer 5 miljoen wolkendruppeltjes).

Er zijn twee processen die de wolkendeeltjes kunnen laten aangroeien:

Coalescentie
Relatief warme wolken (wolkentoppen tot ongeveer -10 à -12 graden) bestaan grotendeels uit onderkoelde waterdruppels. Sommige druppeltjes zijn wat groter dan de andere en beginnen lichtjes te vallen in de wolk. Hierbij botsen ze op andere druppeltjes die ze dan insluiten, een proces dat coalescentie genoemd wordt. Als de druppels voldoende groot worden, kunnen ze de grond bereiken. In onze gematigde streken valt er maar weinig neerslag uit deze "waterwolken". Maar in de tropen, waar de atmosfeer veel grotere condensatiekernen kan bevatten door de sterke verticale bewegingen, veroorzaakt deze "warme regen" wel hevige neerslag.

Wegener-Bergeron-Findeisen
De zogenaamde Wegener-Bergeron-Findeisen theorie beschrijft het tweede proces waarin wolkenelementen omgevormd worden tot neerslag. Dit proces speelt zich af in wolken waarin onderkoelde waterdruppels en ijskristallen samen voorkomen (mengwolken), dus vanaf wolkentemperaturen lager dan -10 à -12 °C.

Nu is het zo dat bij negatieve temperaturen lucht rond de ijskristalletjes minder waterdamp kan bevatten dan lucht rond de onderkoelde druppeltjes (anders gezegd: de maximale dampspanning boven ijs is lager dan boven water, zie ook wolkenvorming). Hierdoor slaat bij verzadiging de waterdamp neer op het ijs (verrijpen). Het gevolg is dat door de vermindering van de waterdamp in de lucht de waterdruppeltjes zullen gaan verdampen. Hierna gaat de waterdamp weer verrijpen op het ijs enzovoort. Het eindresultaat is dat de ijskristallen aangroeien ten koste van de waterdruppeltjes.

De ijskristallen worden groter en zwaarder en vallen als sneeuw naar beneden. Dit proces is voor onze streken veel belangrijker dan coalescentie om echte neerslag te vormen. De meeste neerslag begint hoog in de wolken als sneeuw, zelfs in de zomer.

Neerslagradar3

Een neerslagradar is een rondzoekradar voor het waarnemen van neerslag. De antenne van de neerslagradar zendt een pulsvormig radiosignaal uit dat voor een deel door neerslag wordt weerkaatst. Uit de richting van de antenne en uit de tijd die verloopt tussen het uitzenden van de puls en de ontvangst van de echo's, volgt de positie van neerslaggebieden.

Neerslagverwachting

Een beeldscherm toont de gebieden met een landkaart als achtergrond. Verschillende kleuren onderscheiden de lichte en zwaardere neerslag. Een serie radarbeelden met tussenpozen van bijvoorbeeld een kwartier laat zien of de buien zwaarder worden en hoe ze zich verplaatsen.

De informatie wordt gebruikt voor neerslagverwachtingen tot enkele uren vooruit. Zo kan men soms tot op enkele minuten nauwkeurig aangeven wanneer het ergens gaat regenen of wanneer de regen ophoudt.

Geschiedenis neerslagradar

Het gebruik van de weerradar kwam in de tweede helft van de vorige eeuw tot ontwikkeling. Het KNMI kreeg in 1959 zijn eerste weerradar op de luchthaven Schiphol, in 1962 gevolgd door De Bilt. In de jaren tachtig werden dat digitale radars en sinds 1989 verloopt de waarneming automatisch.

Radarbeelden worden gebruikt door diverse instanties op het gebied van luchtvaart, scheepvaart, recreatie, landbouw, verkeerspolitie en waterstaat. De Nederlandse radargegevens worden sinds 1990 ook opgenomen in een Europees radarbeeld.

In 1996 en 1997 zijn nieuwe radars geïnstalleerd bij de Koninklijke Marine in Den Helder en op de toren van het KNMI in De Bilt. Dankzij dit radarsysteem zijn de beelden een stuk scherper en gedetailleerder geworden.

Dopplerradar

Dit moderne radarsysteem maakt gebruik van het Dopplereffect. Doppler beschreef in 1842 dat een door een bron uitgezonden trilling anders wordt waargenomen als de bron beweegt. Denk maar aan de verandering van de toon van een sirene van een passerende ambulance. De frequentie neemt toe als de waarnemer beweegt in de richting van de bron en neemt af als hij zich van de bron af beweegt.

Meteoroloog Buys Ballot, de oprichter van het KNMI, heeft het Dopplereffect aangetoond door een proef met een rijdende trein en hoornisten. De trein reed op 3 juni 1845 tussen Utrecht en Maarssen, waarbij de musici en waarnemers met een goed gehoor in de trein en op de perrons stonden.

De Dopplerradar heeft het voordeel dat ook windsnelheden en de windrichting in buien kunnen worden gemeten. De windprofielen van de radar maken het mogelijk om beter te waarschuwen voor zware buien met windstoten.

Aan de horizon is heiige, vervuilde lucht onder een inversielaag herkenbaar. Deze sluier is dikwijls rood- tot blauwachtig.
Aan de horizon is heiige, vervuilde lucht onder een inversielaag herkenbaar. Deze sluier is dikwijls rood- tot blauwachtig.

Nevel1

Bij nevel is het zicht in horizontale richting beperkt door waterdruppeltjes maar het is nog meer dan 1 kilometer, anders spreken we van mist.

In sommige hogedrukgebieden kunnen kleine vaste deeltjes in de lucht zweven onder een subsidentie-inversie. We gebruiken dan de term 'heiigheid' of 'droge nevel' (de relatieve vochtigheid is lager dan 80%). Het gaat om fijn stof of deeltjes van de industrie en het verkeer (zie ook smog) waarop het zonlicht verstrooid wordt.

Nimbostratus (foto: onbekend)
Nimbostratus (foto: onbekend)

Nimbostratus1

Zie wolkenatlas