Weerwoorden

Uitgebreide lijst van weerwoorden met dank aan het KMI en J. Baartse.

08:35 16:58

T

Cumulonimbus tuba, Tornado te Anadarko, Oklahoma USA - 3 mei 1999 (foto: NOAA)
Cumulonimbus tuba, Tornado te Anadarko, Oklahoma USA - 3 mei 1999 (foto: NOAA)

Tornado2

Wervelstorm met een karakteristieke doorsnede van 300 m tot ongeveer 1 km. Hij komt herhaaldelijk voor in het zuidelijke deel van de Verenigde Staten. Tornado's ontstaan vooral in het voorjaar, wanneer een warme en vochtige luchtstroming van de Golf van Mexico in botsing komt met koude polaire luchtmassa's boven het continent. De bijzonder verwoestende kracht van de tornado hangt samen met de concentratie van een enorm luchtdrukverval en van extreme windsnelheden binnen een diameter van slechts een paar honderd meter. De luchtdruk in het centrum is nooit gemeten, maar bedraagt zeer waarschijnlijk minder dan 900 hPa (mbar), en de grootste windsnelheden worden geschat op 400 km per uur. Men heeft ook stijgsnelheden van de lucht gemeten van 250 km per uur. De kracht die hierbij vrijkomt is ruim voldoende om zware voorwerpen, zoals auto's, op te tillen. Het gedrag van de tornado is vaak erg grillig, maar wordt wel mede bepaald door de algemene weersituatie. Sommige verplaatsen zich nauwelijks en hebben een korte levensduur, maar de meeste trekken een spoor van vernielingen dat soms meer dan 400 km lang kan zijn, en hebben een levensduur die kan variëren van 1 tot 8 uur.

Vergelijkbaar met de Beaufortschaal voor wind worden tornado's ingedeeld volgens de schaal van Fujita. De laagste klasse is F0, een tornado met windsnelheden tussen 64 en 117 km/h en lichte schade. Bij wervelwinden tot 180 km/h is het een F1 tornado, tot 251 km/h F2, tot 330 km/h F3 en tot 417 km/h F4. Catastrofaal zijn F5 tornado's met winden boven 418 km/h. De tornado's die op 3 en 4 mei 1999 in Oklahoma en Texas huishielden, waarbij zeker 45 mensen de dood vonden waren van klasse 4 tot 5. Er zijn zeker 60 tornado's geteld met een doorsnede tot 800 meter, extreem groot. De tornadoramp van 1999 was de ergste sinds 31 mei 1985 toen in Ohio, Pennsylvania en Ontario 90 doden vielen. Op 4 april 1974 vond een "super outbreak" plaats waarbij in het midden westen van de VS 148 tornado's ontstonden en 300 mensen omkwamen.
In ons land komen voornamelijk, maar slechts zelden lichte tornado's voor, windhozen genaamd. Een enkele keer bereikt ook in ons land een windhoos de kracht van een sterke (Amerikaanse) tornado, zoals op 1 juni 1927 bij Neede (F4) en op 25 juni 1967 bij Chaam en Tricht (F3).
Zie voor veel meer bijzonderheden: Meteonet Educatief - Tornado's.

Trog
Trog

Trog1

Een trog is een langwerpige uitloper van een lagedrukgebied.

De figuur toont de aanwezigheid van een trog boven Polen (de as van de trog wordt aangegeven door de dikke blauwe lijn). De dunnere lijnen op de kaart zijn isobaren: deze lijnen verbinden de punten met een gelijke luchtdruk. We stellen vast dat de isobaren een U-vorm hebben, wat typisch is voor een trog. Op de as van de trog (de gestippelde lijn), is de luchtdruk lager dan de druk voor en achter de trog. Om een eenvoudige vergelijking te maken: indien de isobaren de hoogtelijnen op een topografische kaart zouden zijn, dan zouden de lagedrukgebieden grote diepe gaten zijn en de troggen valleien.

De passage van een trog wordt gekenmerkt door een val van de druk aan de voorzijde van de trog, gevolgd door een toename van de druk aan de achterzijde van de trog.

Op de trog zit meestal een buienlijn en vaak gaat hij gepaard met een tijdelijke toename van de windsterkte, die gelinkt is aan de bundeling van de isobaren aan de voor- en achterzijde van de trog.

Tropische dag1

Dag waarop de maximumtemperatuur gelijk is of hoger dan 30°C.

Tropopauze1

Gebied in de atmosfeer waar de afname van de temperatuur met de hoogte stopt (op ongeveer 10 km hoogte).

Troposfeer1

De onderste luchtlaag waarin de temperatuur afneemt met de hoogte (van bij de grond tot ongeveer 10 km op middelbare breedte).